Het verhaal van de friet gaat terug tot in 1680. De inwoners van Namen, Andenne en Dinant hadden er toen de gewoonte om te vissen in de Maas en de kleine visjes die ze er vingen in olie te bakken.

[superbutton link=https://vangoghfrites.nl/alles-over-onze-verse-patat_frites-patat-friet-patates-frites/het-recept-voor-heerlijke-zelfgemaakte-verse-frites/ title=Recept voor verse frites image= target=_blank rel=]Maak zelf frites! Lees hier alles[/superbutton]

Maar in tijden van vorst of gevaarlijke stromingen werd het riskant om te vissen en sneden de inwoners aardappelen in de vorm van kleine visjes, die ze dan eveneens in de olie bakten. Dit verhaal is afkomstig van de hand van de Belgische historicus en gastronoom Jo Grard. Naar zijn zeggen uit een oud familiedocument van zijn betovergrootvader Joseph Grard[1], dat echter nooit werd gepubliceerd. Hierdoor is het echter nooit door anderen gecontroleerd of bevestigd geworden.

Een meer betrouwbaardere verklaring voor het ontstaan van friet is afkomstig uit Frankrijk. De Fransen eisen evenzeer de creatie van hun patates frites op, en verwijzen daarbij naar de allereerste friture die op de Pont Neuf zou hebben gestaan.

friet-300.jpg

Het is bekend onder diverse benamingen die in verschillende delen van het Nederlandse taalgebied gebruikelijk zijn. In de drie zuidelijke provincies van Nederland spreekt men van friet en in Vlaanderen wordt meestal van frieten, frietjes of fritten gesproken, terwijl in de rest van Nederland men het meestal over patat heeft. In Noord-Holland en Utrecht raakt de benaming Vlaamse friet echter steeds meer in zwang. Andere benamingen zijn patates frites en frites. Het gebruik van patat kan in Vlaanderen en Zeeland verwarring veroorzaken, omdat het daar aardappel kan betekenen.

Engelstaligen spreken van French fries, een benaming die afkomstig zou zijn van het Ierse to french, wat snijden betekent. Amerikaanse geallieerden die de Belgische frieten geproefd zouden hebben tijdens het Ardennenoffensief, vertaalden ze als French Fries naar de taal die er gesproken werd door de plaatselijke bevolking het Frans en Fries voor de bereidingswijze in de friteuse.

Rond 1900 waren frieten al gemeengoed in Belgi, maar in Nederland nog vrijwel onbekend. Voor het eerst was er een frietkraam in 1905 op de kermis van Bergen op Zoom. Het succes van de frietkraam reisde met de kermis mee, en verspreidde zich zo over de rest van Nederland.

De eerste keer dat frieten in de Nederlandse literatuur opduiken is in de herinneringen van Willem Walraven (Eendagsvliegen, Amsterdam: Van Oorschot 1971, p. 83-84) aan zijn Rotterdamse jaren (1907-1909). Hij verhaalt over het mooie Fanaisetje die een dronken moeder had en die op het Rode Zand des avonds zong bij haar stalletje: Des pommes frites!/De belle friture!/Des pommes Frites! A frite!

Lees hier nog veeeeeel meer!